Het
salaris van een kerkmusicus en de vergoeding voor de
kerkmusicus-vrijwilliger
Door aanpassingen in de fiscale wetgeving per 1 januari 2006 omtrent
de vrijwilligersregeling blijken veel vragen te bestaan over de
salarissen van kerkmusici in relatie tot de vergoedingen voor een
vrijwilliger. Vooral het begrip ‘marktconforme beloning’ vraagt
verdere uitwerking. De Commissie Regeling voor Kerkmusici (CRK) heeft in overleg met het
Ministerie van Financiën (Belastingdienst) helderheid verkregen over
de vraag welke vergoedingen mogelijk zijn ingeval van de
vrijwilligersregeling en waarom.
Binnen de PKN is de Generale Regeling voor Kerkmusici van kracht die
de (rechts)positie van professionele en niet-professionele
kerkmusici regelt. De laatstgenoemden vormen de grote meerderheid
binnen de PKN.
Ten aanzien van het salaris zijn in drie categorieën te
onderscheiden:
- Kerkmusici met een arbeidsovereenkomst.
- Kerkmusici die op declaratiebasis actief zijn.
- Kerkmusici met een vrijwilligersovereenkomst.
Door aanpassingen in de fiscale wetgeving per 1 januari 2006 omtrent
de vrijwilligersregeling blijken veel vragen te bestaan over de
salarissen van kerkmusici in relatie tot de vergoedingen voor een
vrijwilliger. Vooral het begrip ‘marktconforme beloning’ vraagt
verdere uitwerking. De Commissie Regeling voor Kerkmusici (CRK) heeft in overleg met het
Ministerie van Financiën (Belastingdienst) helderheid verkregen over
de vraag welke vergoedingen mogelijk zijn ingeval van de
vrijwilligersregeling en waarom.
Ad 1. kerkmusici met een arbeidsovereenkomst Uitgangspunt van de Generale Regeling is dat zowel professionele als
niet-professionele kerkmusici op een arbeidsovereenkomst worden
aangesteld, waarbij de gebruikelijke regels omtrent financiële
inhoudingen gelden. Het salaris hangt af van functieniveau,
bevoegdheid, dienstjaren en omvang van de functie. Het programma
Salberkerk (zie www.pkn.nl: salaris kerkmusici) biedt voor elke
situatie de berekeningsmethode voor het bijbehorende salaris.
Ad 2. kerkmusici die op adhoc basis actief zijn De Generale Regeling kent ook de mogelijkheid dat per ‘losse dienst’
salaris wordt betaald (bijvoorbeeld in situaties waar een
kerkmusicus incidenteel kerkdiensten speelt. Gelet op de hoogte van
de vergoeding per ‘losse dienst’ (momenteel € 32,50 voor een
kerkmusicus functie III) is de betrokken kerkmusicus gehouden van
deze bedragen zelf IB-aangifte te doen.
Ad 3. kerkmusici op basis van vrijwilligheid Een kerkmusicus, benoemd in een functie III zal in veel gevallen een
salaris ontvangen dat in hoogte in de buurt komt van de fiscale
grenzen van de vrijwilligersvergoeding, zeker na de wettelijke
aanpassingen per 1 januari 2006. De praktijk leert dan ook dat de kerkelijke werkgevers en werknemers
snel geneigd zijn de arbeidsovereenkomst te beschouwen als een
vrijwilligersovereenkomst en geen inhoudingen en afdrachten meer
doen voor en aan de fiscus en het UWV. Om te beoordelen of dit fiscaal gezien terecht is, moet naar de
fiscale grenzen van de vrijwilligersregeling gekeken worden. Als de
vergoeding ongeveer overeenkomt met wat betaald zou zijn geworden
ingeval van een arbeidsovereenkomst, is sprake van een marktconforme
vergoeding en is men inhoudingsplichtig.
Een vrijwilliger ontvangt geen salaris, maar mag een vergoeding
ontvangen. Vergoedingen aan vrijwilligers zijn vrij van inhoudingen
c.q. betaling van loonbelasting. Er zijn grenzen gesteld aan de hoogte van deze vergoedingen en wel:
| Per jaar |
niet
meer dan € 1500, - |
| Per maand |
niet
meer dan € 150, - |
| Per uur |
niet
meer dan € 4,50 ( € 2,50 tot 23 jaar) |
Om vast te stellen of een vrijwilligersvergoeding binnen de door de
fiscus gestelde criteria blijft, moet inzichtelijk gemaakt worden
hoe het bedrag van de vergoeding is samengesteld.
Met de belastingdienst is het volgende overeengekomen (brief met
kenmerk HZ/vw/070305).
|
Omschrijving |
Organist |
Cantor |
|
Spelen of
dirigeren van eredienst |
1,5 uur |
1,5 uur |
|
Organisatie
t.b.v. de eredienst |
2 uur |
2 uur |
|
Voorbereiden
dienst |
1 uur |
1 uur |
|
Deskundigheidsbevordering |
0,5 uur |
0,5 uur |
|
Totaal
|
5 uur |
5 uur |
Op basis van een maximale vergoeding van € 4,50 per uur betekent
dit dat voor een te spelen/dirigeren kerkdienst maximaal € 22,50 (€
12,50 tot 23 jaar) mag worden vergoed zonder dat sprake is van een
marktconforme beloning.
Naast een uurvergoeding mogen kosten voor bijvoorbeeld aangeschafte
muziek en reiskosten worden vergoed, mits het totaal van de
vergoedingen de maxima van € 150, - per maand en € 1500, - per jaar
niet overschrijdt.
Onderstaande voorbeelden worden in de (genoemde) brief van de
belastingdienst genoemd.
- Een organist speelt elke week één dienst van een
PKN-gemeente. In de maand augustus heeft hij vier keer niet
gespeeld, maar in de maand juli heeft hij gedurende vier weken
achtereen twee diensten per week gespeeld. Per dienst heeft hij
een vergoeding van € 20,- ontvangen, dus totaal 52 x € 20 = €
1020. Er is geen sprake van een marktconforme beloning (€ 4,-
per uur) en het maximum jaarbedrag van € 1500, - wordt niet
overschreden. Toch kan de vrijwilligersregeling niet worden
toegepast omdat de totale vergoeding in de maand juli (€ 160, -)
hoger is dan de maandnorm van € 150, -.
- Een cantor verzorgt elke maand twee diensten. Daarnaast heeft
hij in april en december een extra dienst gedirigeerd. Per
dienst bedraagt de vergoeding € 22,50. Daarnaast heeft hij per
keer een reiskostenvergoeding ontvangen van 20 km x € 0,25 = €
5, - per dienst. In totaal heeft de cantor 26 x € 22,50 + 26 x €
5, - = € 715, - vergoed gekregen. In dit geval kan de
vrijwilligersregeling worden toegepast. Er is namelijk geen
sprake van een marktconforme beloning (€ 4,50 per uur), terwijl
de jaargrens van € 1500, - en de maandnorm van € 150, - niet
worden overschreden (ook niet in april en december als hij in
totaal € 82,50 ontvangt. In dit voorbeeld wordt de wekelijkse
repetitie vergeten. Een cantor zal daardoor meestal niet kunnen
vallen onder de vrijwilligersregeling.(CH)
- Een organist speelt eens in de twee weken één dienst, dus 26
diensten per jaar. Per dienst ontvangt hij een vergoeding van €
32,50. De totale vergoeding blijft per jaar en per maand onder
het maximum, ook in de maanden dat hij drie diensten speelt.
Toch kan op basis van het aantal uren (5 per dienst) de
vrijwilligersregeling niet toegepast worden omdat de
uurvergoeding € 6,50 bedraagt, hetgeen aangemerkt wordt als
marktconforme beloning.
Ten slotte
In het bovenstaande wordt de fiscale kant van de
vrijwilligersregeling belicht, de kant die voor veel betrokkenen
reden is om de vrijwilligersregeling te hanteren. Bij uitvoering van
de Generale Regeling voor Kerkmusici dient echter bedacht te worden
dat de in deze Regeling genoemde mogelijkheid van een
vrijwilligersregeling uitzondering is, terwijl aanstelling van de
kerkmusicus op een arbeidsovereenkomst regel is. Achtergrond daarvan
is de rechtspositie van de kerkmusicus en de status van de
kerkmuziek. Door een arbeidsovereenkomst is de cao van de kerkelijk
werkers van toepassing, waardoor rechten en plichten van werkgever
en werknemer vastliggen (verzekeringen, ontslag, vakanties, ziekte,
pensioenopbouw). Door de positie van de kerkmusicus naar behoren te
regelen, geeft de werkgever bovendien aan dat de betreffende
kerkelijke gemeente veel aan de kerkmuziek gelegen is en deze niet
als sluitpost van de begroting ervaart. De in de Generale Regeling
mogelijke gemaakte uitzondering van een vrijwilligersovereenkomst is
uitsluitend bestemd voor situaties waarin óf de kerkmusicus zelf op
eigen initiatief aangeeft geen salaris voor zijn verleende diensten
te willen ontvangen, óf de betreffende kerkelijke gemeente de kosten
van een functie III kerkmusicus niet kan opbrengen. We gaan er
daarom van uit dat het gebruik van een vrijwilligersovereenkomst
slechts bij hoge uitzondering aan de orde zal zijn.
Kees Hoeksma
Voorzitter Commissie Regeling Kerkmusici PKN
|