17-11-2008 Nieuwe vereniging voor organisten en kerkmusici opgericht
 

De Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging (KNOV) en de GOV- Vereniging van Kerkmusici (GOV-VvKM) hebben besloten per 1 januari 2009 een nieuwe vereniging op te richten: de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici (KVOK).
Dit betekent dat de twee bestaande verenigingen op termijn opgeheven zullen worden. De leden van de KNOV en de GOV-VvKM zijn in belangrijke mate binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) actief, maar ook daarbuiten. Beide verenigingen vonden het daarom voor de hand liggen dat de krachten zouden worden gebundeld. Het definitieve besluit tot fusie viel zaterdag 15 november tijdens een bijzondere ledenveradering in het Protestants Landelijk Dienstencentrum te Utrecht.
De nieuwe, 2.600 leden tellende vereniging zal de uitgave voortzetten van de twee tijdschriften: Het Orgel en Muziek&Liturgie. Daarnaast verschijnt het maandelijkse actualiteitenblad NotaBene, dat al sinds 2008 als voortzetting van De Orgelkrant door beide verenigingen werd uitgegeven. Het bestuur van de KVOK zal bestaan uit Rein van der Kluit (voorzitter), Frits Zwart (2e voorzitter), Hans Beek (secretaris), Ad Krijger (2e secretaris), Cor Rooijackers (penningmeester) en de leden Henny Heikens, Willeke den Hertog-Smits, Sebastiaan 't Hart en Maarten Diepenbroek.
De KNOV werd in 1890 opgericht ter behartiging van muziek in de eredienst en van het orgelspel in het algemeen. Ter gelegenheid van haar eeuwfeest kreeg de vereniging het predicaat ‘koninklijk’ toegekend. Afgelopen zaterdag werd bekend dat Hare Majesteit Koningin Beatrix dit predicaat ook aan de nieuwe vereniging heeft toegekend.
De GOV-VvKM komt voort uit de Gereformeerde Organisten Vereniging, die in 1931 opgericht werd, en tot doel had de bevordering van verantwoord orgelspel in de eredienst. De GOV was hoofdzakelijk actief binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ongeveer zeven jaar geleden breidde de vereniging haar doelgroep uit tot kerkmusici in het algemeen. Bij die gelegenheid werden de namen van de vereniging en haar tijdschrift gewijzigd.

 
  Van het KNOV-bestuur oktober 2008
  Op 21 augustus jl. heeft het bestuur vergaderd. Het belangrijkste onderwerp op de agenda was de voorgenomen fusie met de GOV-VvKM. Kort daarvoor had het bestuur het eindadvies ontvangen van de fusiecommissie die na de Algemene Ledenvergadering van 2007 was ingesteld. De fusiecommissie heeft uitstekend en grondig werk geleverd, zo heeft het bestuur geconstateerd en zij spreekt haar buitengewone waardering uit voor het vele werk dat is verricht. Het is een gedegen advies geworden waarin alle punten en onderwerpen die met fusie te maken hebben, meegenomen zijn. Op enkele kleine detailpunten na heeft het bestuur het eindadvies van de fusie overgenomen. Dat betekent dat het bestuur de leden in een nader uit te schrijven extra ledenvergadering zal voorstellen om samen met de GOV-VvKM een nieuwe vereniging op te richten, waar de KNOV en de GOV-VvKM per 1 januari 2009 in zullen opgaan. De KNOV zal in de loop van 2009 worden opgeheven. De buitengewone ledenvergadering, waarin de districtsafgevaardigden over dit voorstel hun oordeel moeten uitspreken, wordt gehouden op zaterdag 15 november. Naast de behandeling van dit algemene voorstel zal nog een aantal andere besluiten moeten worden genomen om de fusie op een formeel juiste wijze te laten plaatsvinden. De agenda van de extra ledenvergadering zal worden gepubliceerd in het novembernummer van NotaBene. In datzelfde nummer zullen ook de conceptstatuten van de nieuwe vereniging worden afgedrukt.
Vijf districten hebben gereageerd op de oproep aan de districten om vóór 1 april jl. schriftelijk te reageren op de voorstellen aangaande de fusie die in de districtenvergadering in het najaar van 2007 zijn gepresenteerd. Het bestuur is bijzonder ingenomen met deze reacties; ze hebben bijgedragen aan een juiste opzet van de voorgenomen fusie. Veel van de aangedragen punten zijn al tijdens de Algemene Ledenvergadering van 2008 behandeld en toegelicht. In het verslag van de vergadering dat in het juli/augustus nummer van NotaBene is verschenen, kunt u daarvan kennisnemen. Inmiddels heeft het bestuur de districten die gereageerd hebben, onder dankzegging, schriftelijk geantwoord. Veel van de ingekomen voorstellen zijn geheel of gedeeltelijk overgenomen. Het bestuur
meent op deze manier op een zorgvuldige wijze het voorgenomen fusieproces gestalte te geven.
Ten slotte een enkele mededeling over de bladen. Zoals u heeft gemerkt ontvangt u naast de bekende KNOV-bladen ook het GOV-VvKM-blad Muziek en Liturgie. Zoals ik al eerder vermeldde, gebeurt dit om u gratis te laten kennismaken met ons zusterblad, dat na de fusie ook een uitgave wordt van onze nieuwe vereniging. In het novembernummer van NotaBene verschijnen nadere mededelingen over het bladenaanbod per 1 januari 2009 en in welke samenstelling u de bladen kunt ontvangen.
HANS BEEK, secretaris KNOV
  Studiedagen 2008
 
De studiedagen vinden plaats op de volgende locaties en tijdstippen:

Orgelbouw:
Noord-Holland: 27 september, Morgensterkerk, Seinstraat 2 te Hilversum (Cees van der Poel)
Friesland: 20 september, Hervormde Kerk, Midstraat 69 te Joure (Cees van der Poel)
Noord-Brabant: 11 oktober, Servatiuskerk, Burg. Van den Heuvelstraat 4 te Lieshout (Cees van der Poel)

Spaanse oude muziek:
Utrecht: 20 september, Tuindorpkerk, hoek Prof. Suringarstraat/van Riellaan te Utrecht (Matteo Imbruno)
Groningen: 27 september, Pelstergasthuiskerk, Pelsterstraat te Groningen (Stephan van de Wijgert)
Zeeland: 4 oktober, Kapel Onze-Lieve-Vrouw van Gaverland, Gaverlandstraat te Melsele (België)(Matteo Imbruno)
Drenthe: 11 oktober, Gereformeerde kerk Coevorden (was eerst Meppel) (Stephan van de Wijgert)

Begeleiding en intonaties onberijmde gezangen:
Limburg: 27 september, St. Bavo, Dorpstraat 24 te Nuth (Willeke Smits)
Gelderland: 4 oktober, Walburgisbasiliek, Broerenstraat te Arnhem (Henk Verhoef)

Schumann:
Overijssel: 4 oktober, Hervormde Kerk, Kerkplein 41 te Markelo (Arjen Leistra)
Zuid-Holland: 11 oktober, Nieuwe Kerk, Steenvoordelaan 364 te Rijswijk (Arno van Wijk)

Alle middagen duren 13.00 tot 16.00 uur. Opgeven voor de studiedagen kan bij Willeke Smits-Den Hertog, tel. 0346-561212 of info@willekesmits.nl 
Voor aanvang van de middagen wordt een bijdrage van € 5 gevraagd.

Zoals u in de vorige NotaBene hebt kunnen lezen, vinden ook dit jaar in de laatste twee weken van september en de eerste twee weken van oktober de studiedagen plaats die zijn georganiseerd door het Coördinatieteam
van de KNOV, GOV-VvKM en VGK.
Gekozen is voor vier onderwerpen: Spaanse barokmuziek, het begeleiden van en het maken van intonaties bij onberijmde liturgische gezangen, orgelmuziek van Robert Schumann en Orgelbouw.
In NotaBene van juli/augustus kunt u op pagina 16 per onderwerp meer informatie vinden.
Als aanvulling op die informatie: bij landelijke studiedagende Spaanse oude muziek zullen met name de componisten Antonio de Cabezón (1590-1644), Pablo Bruna (1611-1679) en Francisco Correa De Arauxo (1575-1654) centraal staan.

Voor de studiedagen zijn de volgende docenten uitgenodigd:
Matteo Imbruno (Spaanse oude muziek) werd geboren in Pietramontecorvino, een stadje in de hiel van Italië. Zijn eerste kennismaking met de klassieke muziek had plaats op negentienjarige leeftijd: hij rondde het Atheneum af en ging orgel studeren aan het Conservatorium van Foggia. Nadien volgde hij meestercursussen bij organisten als Harald Vogel, Michel Chapuis, Montserrat Torrent en Michael Radulescu. Onder leiding van laatstgenoemde wijdde hij zich tevens twee jaar uitsluitend aan het orgelwerk van J.S.Bach. Eerder had hij zich te Bologna bij Liuwe Tamminga toegelegd op de Italiaanse orgelmuziek uit de vijftiende en zestiende eeuw. Sinds 1989 is Matteo Imbruno woonachtig in Nederland. In 1997 behaalde hij er het diploma Uitvoerend Musicus na studies aan de Conservatoria van Rotterdam (Bernard Winsemius) en Utrecht (Jan Welmers). Daarna studeerde hij aan de Musikhochschule te Lübeck (Duitsland) bij Martin Haselböck. Matteo Imbruno is organist van de Stichting De Oude kerk te Amsterdam en organiseert er ondermeer de orgelconcerten.
Arjen Leistra (Schumann) studeerde orgel aan het Rotterdams Conservatorium bij Arie Keijzer en Ben van Oosten. In 1995 deed hij DM-examen en in 1998 haalde hij zijn UM-diploma. Daarnaast studeerde hij kerkmuziek (orgelspel en cantoraat) aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 1996 is Arjen organist van de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen. Hij bespeelt hier een Van Vulpenorgel. Tevens organiseert hij met succes een orgelconcertserie in deze kerk. Hij concerteert veelvuldig in binnen- en buitenland. Onlangs heeft hij een cd opgenomen met werken van Robert Schumann: Werke für Pedalflügel op het Wiite-orgel van de Oude Kerk te Delft. Vanaf september 2008 is Arjen organist van de Grote Kerk te Schiedam.
Cees van der Poel (Orgelbouw) studeerde orgel bij Albert de Klerk in Haarlem en bij Hans van Nieuwkoop aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam. Daarnaast rondde hij in Amsterdam een studie kerkmuziek af en aan het Maastrichts Conservatorium een hoofdvakstudie piano bij Frédéric Meinders en Joop Celis. Van der Poel is werkzaam als uitvoerend musicus, docent en koordirigent. Hij is als orgeladviseur gelieerd aan de Katholieke Klokken- en Orgelraad en de Commissie Orgelzaken voor de Protestantse Kerk in Nederland. Verder is hij redacteur voor de KNOV-uitgaven ‘Het Orgel’ en NotaBene en medewerker
aan de encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland.
Willeke Smits (Begeleiding onberijmde gezangen) studeerde orgel aan het Utrechts Conservatorium bij Rocus van den Heuvel, Bernard Winsemius en Reitze Smits. In 1998 studeerde zij af als Docerend Musicus en in 1999 als Uitvoerend Musicus. Zij combineerde haar orgelstudie met de opleiding kerkmuziek aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek in Utrecht. Kerkelijk orgelspel volgde zij bij Bernard Winsemius en kerkelijk koorleider bij Krijn Koetsveld. Bij Joop Schets in Gorinchem verdiepte zij zich verder in koordirectie in het algemeen. Willeke geeft concerten in binnen- en buitenland en is vaste begeleider van een aantal koren en ensembles. Samen met sopraan Anneke van der Hoek geeft ze liederenrecitals. Ze is actief als organist, pianist en clavecinist, en ze is vaste organist van het monumentale Ruprecht-orgel van de Tuindorpkerk, het De Koff-orgel van de Wilhelminakerk, beide in Utrecht en het Meere-orgel uit 1890 in de Dorpskerk in Maarssen. Willeke is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Organistenvereniging (KNOV) en organiseert de studiemiddagen voor kerkmusici.
Henk Verhoef (Begeleiding onberijmde gezangen) studeerde orgel aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Bernard Bartelink en Piet Kee en behaalde het diploma Uitvoerend Musicus ‘cum laude’. Met een beurs van het Ministerie van WVC en het Prins Bernhard Fonds studeerde hij een jaar bij André Isoir te Parijs. Hij werd prijswinnaar van het Albert Schweitzer Orgelconcours en van het Haarlemse César Franck Concours en gaf concerten in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en de VS.
Henk Verhoef is docent aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij is organist van Museum Amstelkring ‘Ons’ Lieve Heer op Solder’ en van de Oosterkerk, beide in Amsterdam. Hij is adviseur bij restauraties, en begeleidde de laatste restauratie van het orgel in de Oosterkerk. Behalve organist is Henk Verhoef ook koordirigent en beiaardier. Hij leidt Camerata Oude Kerk en is docent
aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort. Als stadsbeiaardier van Monnickendam bespeelt hij de oudste beiaard ter wereld.
Stephan van de Wijgert (Spaanse oude muziek) kreeg op dertienjarige leeftijd zijn eerste orgellessen van Veronique van den Engh en werd tegelijkertijd organist van de St.-Lambertuskerk te Gemonde. In 1993 ging hij studeren aan het conservatorium te Utrecht bij Jan Raas en Reitze Smits. Hij behaalde er de diploma's Docerend Musicus en Tweede Fase (het vroegere Uitvoerend
Musicus). Stephan van de Wijgert geeft regelmatig concerten. Sinds september 2002 studeert Stephan koordirectie aan het Conservatorium te Utrecht. Zijn docent hier is Rob Vermeulen. Verder is hij werkzaam als dirigent bij vier koren, variërend van kerk- tot concertkoren.
Arno van Wijk (Schumann) werd op elfjarige leeftijd organist van de Ned. Herv. Kerk in Heesselt. Bij Piet van der Steen bereidde hij zich voor op de studie aan het Utrechts Conservatorium. Hier kreeg hij les van Jan Raas, Willem Tanke, Jan Welmers en Bernard Winsemius. In 1997 deed hij examen voor Uitvoerend Musicus Orgel met een concert in de St.-Maartenskerk in Zaltbommel. Daarnaast studeerde hij aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek voor het Praktijkdiploma Kerkelijk Orgelspel dat hij eveneens in 1997 haalde. Arno van Wijk is hoofdorganist van de St.-Maartenskerk in Zaltbommel en daarmee de vaste bespeler van het historische Wolfferts/Heijneman-orgel uit 1786.

WILLEKE SMITS-DEN HERTOG

  Verslag Jaarvergadering 2008 op zaterdag 7 juni  te ´s-Gravenhage
 

Link naar het verslag

 Jaarrede door voorzitter Frits Zwart op de  Jaarvergadering 2008 op zaterdag 7 juni  te ´s-Gravenhage
 

Geachte aanwezigen,
Een poosje geleden schrok ik erg. Ik realiseerde me dat ik de jaarrede als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging moest houden! Ik vroeg op de eerstvolgende bestuursvergadering aan mijn medebestuursleden of dat eigenlijk moest. Ja, dat moest, want dat was een oude traditie. Velen waren mij in die traditie voorgegaan. Ik was de veertiende voorzitter, en kom op geen gezeur. Dat laatste zeiden ze natuurlijk niet hardop.

Is in die lange traditie alles niet al gezegd? Dat merkte mijn voorganger vorig jaar namelijk ook al op. Ik voeg er aan toe dat het schier onmogelijk is nog iets origineels te zeggen. Wat verwacht men eigenlijk van de voorzitter als hij zijn jaarrede uitspreekt? Net zoiets als van de koningin met haar kerstboodschap, alleen wat beperkter? Ik hecht erg aan traditie endaarom heb ik mij, zoals u kunt zien, geschikt. Wat kan er nu eigenlijk gebeuren.
Een jaarrede is maar eens per jaar. En ik hoef ook geen tien jaarvoorzitter te blijven. Dat kan niet eens. Ik geef er gewoon een wat anderkarakter aan. Dat moet kunnen.

Gelukkig, en dat kon Kees Hoeksma destijds niet zeggen, trof ik dankzij hem een uiterst gezonde vereniging aan. Er zijn inderdaad, zoals beloofd, geen lijken uit de kast gekomen, en ze komen er ook niet in! Ik bof ook dat Kees vorig jaar wat aandachtspunten heeft geleverd over wat in de jaarrede moet staan: de jaarrede mag bespiegelend zijn, mag ook prikkelend
zijn en hoort visie uit te stralen. En een vertrékkend voorzitter mag terugblikken. Terugblikken kan ik dus nog niet. Ik heb nog een prangende vraag vooraf: mag ik nu mijn mening ventileren a) als persoon (of als mens) of b) als voorzitter; want dit onderscheid wordt tegenwoordig nogal eens gemaakt. Ik weet het niet. Laat ik maar eens wat prikkelend bespiegelen.

Ik vind niet dat de orgelcultuur achteruit gaat. Dat gesomber ook steeds. Er worden ontzettend veel orgelconcerten georganiseerd. Vorige week nog kreeg ik NotaBene, begeleid door de ZomerAgenda in de bus. Wat een aanbod. En u en ik weten dat er nog een heleboel niet in staat! Toen ik de woorden over dat gesomber had neergeschreven, schoot me iets te binnen, en ja hoor: ook al gezegd vorig jaar. En Rein van der Kluit heeft het ook al gezegd tegen de GOV. Was het niet vorig jaar, dan wel het jaar daarvoor.
Toch schijnt er een fors probleem te komen over niet zo heel veel jaren, ik ben weer niet de eerste die het signaleer. Sorry. Het gaat vooral de kerken aan, dat wil zeggen: de kerken die nog kerkdiensten beleggen. Er komen te weinig organisten, of liever gezegd: er gaat krapte ontstaan op de orgelbank, of is het misschien beter te spreken van léégte op de orgelbank?
Nu merkte mijn collega-voorzitter van de GOV al eens op dat dit niet zo erg is, omdat er steeds meer kerken gaan sluiten. Dat vond ik wel knap en spitsvondig gevonden. Toch klopt het niet helemaal. Misschien is er, die redeneertrant volgend, ook een ander gelukkig neveneffect: er wordt dan ook veel minder slecht gespeeld. Tenzij er natuurlijk geen vakmensen meer beschikbaar zijn, want die spelen, zoals u weet, allemaal heel goed.

Ik denk dat velen van ons met opwekkingsliederen worden geconfronteerd. Ik ben daar niet dol op. Toch moet je er maar het beste van zien te maken, denk ik. Maar geef mij maar het klassieke kerklied. Ik vond dat Kees van Eersel dat laatst prachtig verwoordde in Muziek & Liturgie en ik was het er ook van harte mee eens. Ik ben echter bang dat deze trend vooral in de rechtzinniger kerken onvermijdelijk is.

We hebben echter met verschillende zaken te maken: de orgelcultuur in relatie tot de kerk en de orgelcultuur die daar los van staat. Ik merk dat die orgelcultuur ook verandert. Nederland-orgelland ondergaat een klimaatverandering! Er komen steeds meer festivals: ‘Voor de wind’, ‘nieuwe wind’, Limburgs orgelfestival, Rotterdamse orgeldagen, Internationaal Haarlems Orgelfestival en er is sinds enige tijd zelfs een Orgelpark in Amsterdam. De NPS organiseerde een muziekcanon waar de Nederlandse orgelcultuur als nummer één uitkwam en in Rotterdam werd onlangs een orgelcanon geformuleerd. Ik weet niet of het warmer of kouder wordt op het gebied van de orgelcultuur, maar er is wel wat veranderd, of toch niet? U herinnert zich vast wel dat de bekende organist Feike Asma vooral in de jaren vijftig en zestig erg verguisd werd (we gaan per slot van rekening straks naar de Luherse Kerk waar hij jarenlang organist was). Asma, zo heette het destijds, mocht niet in de Grote Kerk in Haarlem spelen of in andere voorname kerken, omdat hij het orgel kapotsloeg. Hij speelde zo wild dat er schade aan het instrument zou ontstaan. Wie schetst mijn verbazing dat ik onlangs las in Forum, Magazin des Tonhalle Orchesters Zürich dat het Ton Koopman verboden werd een orgelconcert in Duderstadt te geven, omdat hij zo’n harde aanslag had en al meer dan één orgel zou hebben geruïneerd! Net zoals er over het klimaat en de ontwikkelingen daaromheen veel onzin wordt verteld, geldt dat ook voor organisten en orgels. Wat gaan er soms toch vreemde praatjes rond. Wat dat betreft verandert er niet zo veel.

Ik ga even op mijn stokpaardje zitten en ventileer mijn persoonlijke mening. Maar als u dit visie wilt noemen, vind ik dat ook best. De orgels in de Nederlandse concertzalen zouden veel intensiever en origineler gebruikt moeten worden door organisten met solo-optredens en door programmeurs: zij kunnen het orgel inzetten in een breder repertoire dan Saint-Saens’ Derde Symfonie. Er is namelijk heel veel repertoire (ik heb dat onlangs nog eens nagezien en er wat over geschreven in het muziektijdschrift Mens & Melodie); de programma’s van de orkesten zullen verrijkt worden, de organisten krijgen nieuwe uitdagingen, het publiek wordt verrast en het valt buiten het ‘ijzeren’ repertoire.

Dat geeft me een mooi bruggetje naar een ander onderwerp. Het is tegenwoordig een trend om orkestmuziek voor orgel te bewerken. Ik vind dat geen goede ontwikkeling. Dat heeft te maken met mijn gevoel voor stijl. Ik weet nu dat ik daarmee enkele bevriende organisten een stevige trap heb verkocht. Ik begrijp de uitdaging wel en ik vind het ook knap. Een enkele keer klinken bedoelde bewerkingen overtuigend, meestal niet. Er zijn namelijk goede en effectieve orkeststukken en pianowerken die echt verschrikkelijk banaal klinken op een orgel. Ik heb een jaar of wat terug een bewerking van - ik meen - Isoldes Liebestod van Richard Wagner uitgezeten bij een orgelconcert. Het was moorddadig. Maar vrienden, dit alles sprak ik niet als persoon, maar als voorzitter en een voorzitter heeft geen vrienden en kan ze dus ook niet kwetsen met bovenstaande opmerkingen.

Vorig jaar werd ik voorzitter van deze vereniging. Ook al gaan we naar een fusie toe, ik ben nog steeds verbaasd en verheugd dat het om zo’n grote en vitale vereniging gaat. Die wordt alleen maar krachtiger. Ik ken veel andere verenigingen van musici of musicologen die veel kleiner zijn. Buitenstaanders kijken met bewondering naar ons tijdschrift, want dat is al decennialang een bouwsteen van de Nederlandse orgelgeschiedenis. Er komen andere en nieuwe accenten, maar de rijke Nederlandse orgelcultuur en -traditie zijn naar mijn mening te krachtig om wezenlijk weg te kwijnen. Misschien moeten we proberen om in de nabije omgeving bewuster en doelgerichter leden te werven, misschien wat aanhoudender of indringender propaganda voeren, de liefde voor het koninklijk instrument met enthousiasme uitdragen.

Ik dank u voor uw aandacht.
Frits Zwart

Jaarvergadering 2008 op zaterdag 7 juni 2008 in ´s-Gravenhage
 
De stukken voor de jaarvergadering kunt U inzien via onderstaande links:

Verslag Districtendag en Fusienieuws GOV & KNOV
   Op zaterdag 10 november 2007 vond in Utrecht de districtendag plaats, een jaarlijkse vergadering van het hoofdbestuur met afgevaardigden uit de districten.

Het was voor de eerste keer een geheel gezamenlijke vergadering met onze toekomstige fusiepartner: de GOVVvK.
Uiteraard nam het onderwerp van de toekomstige fusie een belangrijk deel van de agenda in beslag. Er is met name uitgebreid
gesproken over de voorstellen die de fusiecommissie aan de besturen van de KNOV en de GOV heeft uitgebracht.
Die voorstellen betreffen drie belangrijke onderwerpen, waar ik hier graag nader over wil berichten.
Ten eerste hebben de fusiecommissie en de beide hoofdredacteuren voorstellen gedaan over de nieuwe opzet van de bladen in de tijd van de aanloop naar de fusie en ook wanneer de fusie eenmaal een feit is.

Het is de bedoeling dat vanaf het juninummer 2008 de KNOV en GOV-VvK gezamenlijk een actualiteitenblad gaan uitgeven.
De bladen Muziek en Liturgie (M&L), het maandblad van de GOV en Het Orgel (HO) blijven als bladen met ieder een eigen redactie en hun ‘eigenheid’ bestaan.

M&L zal vanaf juni 2008 een tweemaandelijks tijdschrift worden. HO zal in de oneven maanden verschijnen, M&L in de even maanden.
Het nieuwe actualiteitenblad verschijnt 11 keer per jaar. Ingeschat wordt dat het actualiteitenblad in de regel 20 à 24 pagina’s zal gaan tellen.
Er moet nog een goede naam voor het blad verzonnen worden.
Voor het nieuwe blad zal het huidige opmaakstramien van De Orgelkrant gehandhaafd worden.
In de oneven maanden ligt de eindredactie (d.w.z. nieuwsselectie, tekstredactie en opmaak) van het actualiteitenblad in handen van Peter Ouwerkerk, in de even maanden van Jan Smelik.
In juni zullen alle leden van de GOV en de KNOV zowel M&L als HO ontvangen, samen met het nieuwe actualiteitenblad en de ZomerAgenda. Daarna verandert er voor KNOV-leden niet zoveel ten opzichte van de situatie van nu. Wel beziet het bestuur of de KNOV-leden de rest van het jaar 2008 ‘gratis’ M&L zouden kunnen ontvangen. Daarover zal ik nog nader berichten.

Wanneer beide verenigingen daadwerkelijk zijn gefuseerd – de streefdatum van die fusie is op de districtendag vastgesteld op 1 januari 2009
– is het de bedoeling dat leden van de nieuwe vereniging een keuze kunnen maken welke bladen ze willen ontvangen. Ook daarover zal ik laternader berichten.
Verder werden de conceptstatuten in de vergadering besproken. Er kwam van de districtsafgevaardigden een aantal belangrijke opmerkingen en aanvullingen. De afspraak is gemaakt dat de districtssecretarissen de verbeterde conceptstatuten zullen ontvangen.
Ten slotte is er op de districtsvergadering gesproken over de organisatie en de inhoud van het districtenwerk. De huidige kringen en districten zullen met de fusie samengaan in nieuw te vormen afdelingen. Het bepalen van de grenzen en de omvang van de nieuwe afdelingen wil het bestuur graag in eerste instantie aan de betreffende kringen en districten zelf overlaten. Zij kennen immers hun eigen lokale situatie het beste.
Het is denkbaar dat in de ene situatie de provinciegrenzen maatgevend zijn, in andere gevallen is misschien een andere indeling zinvol. Bij het bepalen van de omvang zal gekeken moeten worden naar de inhoudelijke en bestuurlijke mogelijkheden van een nieuwe afdeling.
Het wat ouderwetse systeem van de ‘getrapte vertegenwoordiging’ zoals we dat tot nu toe bij de KNOV gewend waren, zal bij de nieuwe vereniging worden vervangen door de GOV benadering van ‘one man, one vote’.
Zoals u ziet zijn er op de vergadering weer stevige stappen zijn gezet richting de nieuwe vereniging. Wij willen als bestuur dat u als leden in de komende (jaar)vergadering(en) van uw district bovengenoemde onderwerpen verder bespreekt en dat er op de komende jaarvergadering van de KNOV, die gehouden wordt op zaterdag 7 juni in Den Haag, naar aanleiding van besluitvorming in de districten, de formele besluiten kunnen worden genomen die zullen leiden tot de oprichting van een nieuwe en krachtige Koninklijke Vereniging voor Organisten en Kerkmusici in Nederland per 1 januari 2009.